Historie van de "Feurthstraat"

Feurthstraat

Historische achtergrond over het ontstaan van de naam Feurthstraat, met dank aan Wil Schulpen.

De naam Feurthstraat is afkomstig van Feurth. Feurth wordt tot de 19/20ste eeuw een van de woonkernen van Susteren genoemd, in 1920 nog aangeduid als gehucht. De grootte ervan was in de zeventiende/ achttiende eeuw qua aantal huizen en inwoners zo groot als Dieteren.

De naam is afgeleid van voorde. Een voorde is een ‘doorwaadbare plaats’ in een beek of rivier. Een weg vanuit het noordoosten naar het zuidwesten kruiste de Rode Beek ter hoogte van wat wij vandaag de Feurtherpoort, vroeger Feurderpoort, noemen. Trouwens ook de huidige Marktstraat werd tot begin 20ste eeuw geheel of gedeeltelijk de Feurderstraat genoemd.

Ouderdom van Feurth is niet bekend. De oudste vermelding is uit 1402 in oude parochieregisters. Er zijn geen duidelijke dateringen uit de periode na de Romeinen.

Veldnamen en eigenschappen van de grond doen echter vermoeden dat de vorming van Feurth volgens een oud principe heeft plaatsgevonden, namelijk dat de plaats is gekozen op de grens tussen gebieden voor velden en akkers enerzijds en gebieden voor hooi- en weidelanden anderzijds. Bos- en woeste gronden mochten verderaf liggen. Verder moest er natuurlijk voldoende water zijn en er moesten goeden verbindingen zijn.

Er ontstond een lange lintbebouwing langs een terraswand op het zogenaamd terras van Echt-Susteren. Dit terras lag hoger dan het aangrenzende terras. Op het hoge terras lag de langgerekte woonkern en de akkergebieden, op het lage de hooi- en weidelanden. In de veldnamen zien we dit terug: Munsterveld, Middelveld en Lentveld op het hoge terras en op het lager gelegen terrasLesschenbroek (broekgebied, woeste grond), Koye (=Koeweide) en Rijdt (drassige grond voor hooi). Het oudste wegenknooppunt lag waar Feurthstraat, Louerstraat en IJsstraat bij elkaar komen. Daar lagen ook de eerste huizen en deze zullen in een vroege periode ontstaan zijn bij de eerste grote bevolkingsgolf (?) welke over deze streken ging. Het is dan uit dezelfde tijd als de stichting van het klooster, dat de kiem legde voor het latere stadje Susteren

Enkele bijzonderheden:

  • Veurt strekte zich uit in de 17/18e eeuw vanaf de stadspoort van Susteren tot ongeveer waar nu het straatje “Lesschenbroek” ligt over een lengte van ca vijfhonderd meter
  • De Louwerhof, een Dieterens leen lag wellicht waar café en slagerij Huizinga liggen
  • De bebouwde percelen in Veurt waren vóór 1800 belasting- en tiendvrij
  • Eind 17e eeuw was het aantal huizen in Veurt 35 (Susteren 88 en Dieteren 33)
  • In de gronden rondom huize Ruigrok (nu laatste huis Feurthstraat) werden veertien brandgraven gevonden uit 2e-3e eeuw (Romeinse tijd)
  • De mensen van Veurt waren verplicht hun granen op de ‘stadsmolen’ te laten malen
  • Het water van de graaf over Lesschenbroek liep over de IJsstraat (nu Stationsstraat) en vormde een voorde; daarbij lag een Hoppentuin en een vijver
  • Een bekende bewoner rond 1900 was de houtsnijder Arnold Engelbert
  • Rond 1920 werd Feurth kerkelijk opgedeeld en werd de Louerstraat en Stationsstraat de scheiding tussen beide parochies; midden over de weg liep een waterafvoer vandaar de uitdrukking ‘van euver ’t siepke’,’van geen ziej van ’t siepke’.